Verder naar bericht

Gedicht #364

Gedrochten van de nacht,
ze zoeken me op, ze laten me los.

De hellevuren laaien op,
De hitte stijgt en het wordt steeds ondraaglijker.

Ik sta er midden in.
Ik wil niet dat het me loslaat.
Ik wil de hitte verdragen.
Ik wil zien wat er om me heen is.

Wat de vuren zijn,
wat de gedrochten zijn die hier rondkruipen.

Ik wil voelen hoe ik me daarbij voel,
in de naakte waarheid van wie ik ook ben in dit leven.

Ik wil het vuur instappen,
zodat het vuur mijn kracht ook wordt
en het me niet alleen maar opbrandt.

Laat als eerste een reactie achter

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *